Nog nooit duurde het zo lang voordat Apple nieuwe iPads presenteerde, maar het bedrijf kwam meteen met vier nieuwe modellen: twee versies van de Pro en twee iPad Airs. Techjournalist Bastiaan Vroegop testte ze dit weekend, en vroeg zich vooral af voor wie de nieuwe iPad Pro nou eigenlijk bedoeld is.
NOTE
Deze recensie verscheen eerder op AD.
De iPad Pro heeft traditiegetrouw twee formaten: één met een scherm van 11 inch en een grotere iPad van 13 inch. Voor het eerst zijn deze verschillende formaten er ook voor de iPad Air. Waar je vroeger de duurste iPad moest kopen als je een groot scherm wilde, betaal je nu zo’n 33 procent minder voor een grote Air.
Naast dat grotere scherm heeft de iPad Air nu een snellere M2-chip gekregen, die enkele jaren terug in de Pro-tablets werd geïntroduceerd. Deze is iets trager dan de nieuwe M4-chip van de iPad Pro, maar voor alledaags gebruik is het nog steeds razendsnel. We konden met de iPad Air eigenlijk alles wat je op een tablet zou willen.
M4 sneller en krachtiger
Wat dat betreft is de nieuwe M4 in de iPad Pro haast ‘overkill’. Hij is sneller en krachtiger - bij tests presteert hij ongeveer 25 procent beter dan de M3-processor die je in de nieuwste MacBooks vindt. Maar die rekenkracht heb je bij alledaags iPad-gebruik eigenlijk niet nodig.
Die nieuwe chip was volgens Apple een vereiste om het nieuwe scherm aan te sturen, dat gebruikmaakt van een zogeheten Oled-scherm. Zo’n beeld heeft een buitengewoon hoog contrast, omdat iedere pixel individueel belicht wordt. Apple gebruikte deze technologie al in iPhones, maar kon bij de grotere iPads nooit de gewilde helderheid voor buitengebruik bereiken. Dat heeft het bedrijf nu opgelost door twee Oled-displays bovenop elkaar te stapelen.
Het is een buitengewoon mooi scherm dat vooral tot zijn recht komt als je bijvoorbeeld een hoogwaardige film kijkt. Alles was goed en helder te zien, zowel in een donkere huiskamer als in de felle lentezon. Bij Oled-schermen is er wel de angst dat ze op termijn inbranden, wat bij de huidige korte reviewperiode voor de iPads lastig te testen is. Bij iPhones is dat amper een issue, wat hoop geeft voor de iPad.
iPad Pro flinterdun
De nieuwe iPad Pro is het dunste product dat Apple ooit heeft gemaakt. De 11 inch iPad Pro is 5,3 millimeter dik, terwijl de 13 inch met 5,1 millimeter nog iets dunner is. Het gewicht van 443 gram is gelijk aan ongeveer twee iPhones.
Het is een perfecte ‘sweet spot’ qua gewicht. Je houdt hem makkelijk tussen twee vingers vast en kunt hem langere tijd met één hand omhoog houden. Het voelt alsof je een dik tijdschrift vasthebt.
Apple Pencil Pro
Zowel de iPad Pro als iPad Air gebruiken de Pencil Pro, een nieuwe stylus die wat extraatjes bevat. Je kunt er in knijpen om een extra menu te openen. Bij Apple-apps wissel je dan tussen verschillende pennen, appmakers kunnen er allerlei functies aan toewijzen.
Een motortje bovenin de Pencil Pro trilt als je knijpt, waardoor je een tikje voelt. Het lijkt haast alsof een knop wordt ingedrukt: een trucje dat Apple eerder bij de thuisknop onder het iPhone-scherm hanteerde.
De Pencil Pro herkent ook wanneer je de pen tussen je vingers rolt. Bij een penseelstreek kun je dan de positie van de kwast aanpassen.
Apple verkoopt de Pencil Pro voor 150 euro. Een vereiste voor wie op de nieuwe iPad wil tekenen, want je oude stylus werkt niet met de aangepaste magneetlader.
Nieuw toetsenbord
Voor een vrij forse 350 euro verkoopt Apple ook een nieuwe versie van zijn Magic Keyboard-toetsenbordhoes. De trackpad is nu iets groter en een deel van de behuizing is gemaakt van aluminium, waardoor het nog meer aanvoelt alsof je een MacBook gebruikt.
Een best handzaam MacBook-alternatief als je een 11 inch-Pro hebt. Het toetsenbord weegt 582 gram, waardoor je inclusief iPad Pro een kilo op zak hebt. Dat is 300 gram minder dan de MacBook Air, Apples lichtste laptop.
De nieuwe hoes is overigens alleen voor de Pro-tablets: bij de Air kun je de oude Magic Keyboard verbinden.
Maar voor wie is hij nou?
Er is een hoop om fijn te vinden aan de nieuwe iPad Pro: hij is dunner, lichter, heeft een mooier scherm en is bovenal ook krachtiger: het is de enige machine die Apple met zijn nieuwste chip verkoopt.
Maar het is ook een tablet, een apparaat waarbij al die extra rekenkracht voor lang niet iedereen nodig is. Apple demonstreerde trots hoe bewerkingsapps zoals Final Cut Pro en Photomator tot hun recht komen op de nieuwe iPads, maar eigenlijk doen die het ook prima op een iPad Air.
Voor echt professioneel werk is de Pro sneller, maar dan komen andere bezwaren om de hoek kijken. Voor professioneel werk is Apples Mac-besturingssysteem fijner in gebruik.
Dit kost de nieuwe iPad
Wie ondanks die bezwaren toch liever op een iPad Pro werkt, betaalt daar de hoofdprijs voor: de tablet heeft een vanafprijs van 1219 euro. Iets minder dan een MacBook Air van 1299 euro, maar om een vergelijkbaar toetsenbord met trackpad te hebben, betaal je nog eens 349 euro extra.
Het is tegelijkertijd een investering die nog jarenlang meegaat. iPads hebben doorgaans een lange levensduur, de iPad Pro uit 2020 is nog steeds een capabele machine. Wie nu investeert in de dure Pro, zou daar over een decennium wellicht nog steeds tevreden mee zijn. En dan heb je wel een best mooi scherm.
De nieuwe iPad Air is te koop vanaf 719 euro.