Later dit jaar verschijnen Pokémon: Let’s Go, Pikachu en Pokémon: Let’s Go, Eevee. Na een korte speelsessie blijken de games een stuk simpeler te zijn dan eerdere Pokémon-spellen.
NOTE
Deze recensie verscheen eerder op NU.nl.
De Pokémon: Let’s Go-games zijn remakes van de originele spellen op de Game Boy. Spelers beginnen wederom in het dorpje Pallet Town, waarna ze de provincie moeten doorkruisen om de beste trainer aller tijden te worden en de eerste 151 monsters te vangen.
De 8-bitspelwereld uit het origineel is volledig omgezet naar een 3D-omgeving. Hoewel de plattegrond van ieder gebied van het spel identiek is aan de oude Game Boy-game, oogt het spel als een moderne Switch-titel.
De nieuwe 3D-stijl van het spel oogt wat kinderlijker dan wat we van andere games in de reeks gewend zijn. Vooral de hoofdpersonage van het spel is door overdreven vormen een wat vreemde cartoon geworden.
Het spel is op een aantal fronten fors aangepast. Wilde monsters duiken niet meer willekeurig op als je door hoog gras in de game loopt, maar zijn altijd zichtbaar in de spelwereld.
Gooien
Deze wezens worden gevangen door met de Switch-controller een gooibeweging te maken, waarna in het spel een Pokéball geworpen wordt. Het is niet langer mogelijk om tegen wilde Pokémon te vechten; die gevechten zijn beperkt tot potjes tegen computergestuurde trainers in de gamewereld.
Het betekent dat je ook altijd gooibewegingen met de controller maakt; een malle vertoning bij een speelsessie in het openbaar vervoer. Een vertegenwoordiger van Nintendo zei dat er andere besturingsmethoden voor andere gamepads beschikbaar komen, maar wilde niet zeggen hoe die gaan werken.
Tijdens een korte demo van het spel konden we rondlopen in Viridian Forest, een van de eerste natuurgebieden die je in het spel aantreft. Pokémon lopen en vliegen rond bij het hoge gras, terwijl trainers klaarstaan om een gevecht aan te gaan.
Die gevechten zijn wel zoals vroeger. Spelers kiezen beurtelings welke aanvallen ze willen uitvoeren, waar een complexe variant van steen-papier-schaar achter schuilt. Een vuuraanval is bijvoorbeeld effectief tegen een gras-Pokémon, terwijl water sterk is tegen vuur.
In de door ons gespeelde versie waren de gebieden van de gevechten nog wat slecht afgewerkt. Monsters vechten in een suf, plat gebied met een raar uitgerekte ondergrond. Het is te hopen dat dit nog wordt aangepast, want qua afwerking doet het spel sterk onder voor Pokémon Ultra Sun en Pokémon Ultra Moon, die vorig jaar uitkwamen voor de Nintendo 3DS.
Alleen maar vangen
Een Pokémon moet in level groeien om het tegen sterkere trainers op te kunnen nemen. Eén methode lijkt daarvoor met name efficiënt: het vangen van tientallen Pokémon.
We zijn bang dat de game daarom al snel wordt gereduceerd tot het constant herhalen van de vangminigame, wat het simpelste onderdeel van het spel is. In een mobiele game als Pokémon Go is dat te verklaren, maar de Switch-games leken juist een iets diepere laag te beloven.
De gevechten uit de oude games worden hierdoor naar de achtergrond gedrukt, terwijl dat juist de tactische en goed doordachte kant van de oude games is. Daarnaast mist de game de vele leermomenten uit de klassiekers, waarin gevechten met wilde monsters de nuances van het vechten bijbrachten.
Voorlopige conclusie
Hopelijk zal de game op een later moment anders uitpakken. Tijdens de demo was alleen het beginbos van de game te testen en waren zelfs de spelmenu’s nog niet toegankelijk. In zijn huidige vorm lijkt Pokémon: Let’s Go te zijn gemaakt om de spelervaring zo veel mogelijk te versimpelen. Het summum daarvan is de los beschikbare Pokéball-controller, die het mogelijk maakt om de hele game met één hand te spelen.
Pokémon: Let’s Go Pikachu en Pokémon: Let’s Go Eevee verschijnen 16 november voor Nintendo Switch.