In 1998 was Google een brutale nieuwkomer tussen de grote, logge techbedrijven van Silicon Valley. Nu, 26 jaar later, is het zelf één van die giganten geworden. Kunnen ze het vanuit die positie winnen van nieuwe spelers in de escalerende AI-oorlog?

NOTE

Dit artikel verscheen eerder op AD.

Afgelopen week was een belangrijke voor Google: tijdens ontwikkelaarsconferentie ‘Google I/O’ presenteerde het bedrijf zijn grote plannen voor het komende jaar. Het ging daarbij vooral over kunstmatige intelligentie (artificial intelligence, ofwel AI), een term die tijdens een presentatie 121 keer werd genoemd. Het zoekbedrijf demonstreerde hoe een AI-assistent met een camera de echte wereld binnen loert en je met alledaagse taken kan helpen. Nieuwe AI-software is bovendien in staat om realistischere foto’s en video’s te maken, of zelfs te helpen bij het maken van muziek.

Google was één van de eerste bedrijven die inzette op AI. In 2018 zei bestuursvoorzitter (ceo) Sundar Pichai al dat ,,AI één van de belangrijkste dingen is waar de mensheid aan werkt. Het is diepgaander dan de uitvinding van elektriciteit en vuur”.

Het bedrijf nam echter zijn tijd bij het bouwen van AI, met oog voor de vele ethische zorgen en bezwaren. ,,Ik werd verliefd op AI toen ik een demo zag van ons breinteam”, vertelt ceo Pichai in een gesprek met journalisten waar ook deze krant aan deelnam. ,,Ze lieten zien hoe een neuraal netwerk een plaatje van een kat kon herkennen.”

Simpel idee

Een simpel idee, maar de achterliggende technologie is volgens Pichai verstrekkend. ,,We kunnen er bijvoorbeeld de herinneringen van geliefden in gaan bewaren. Op termijn zullen mensen ook intieme relaties met AI-agenten gaan opbouwen. We moeten ons op dit soort mogelijkheden voorbereiden.”

Alles veranderde toen Google ineens werd ingehaald. Het in 2015 opgerichte OpenAI kreeg van oprichters Elon Musk en Facebook-investeerder Peter Thiel meteen 1 miljard dollar mee om aan AI te sleutelen. Zij namen het een stuk minder nauw dan Google en maakten daarom grotere stappen: hun kunstmatige intelligentie ChatGPT was getraind op basis van online publiek beschikbare informatie om tal van vragen te beantwoorden, waarbij het lijkt alsof je met een echt mens spreekt. Uit die doorbraak ontstond ook AI-software die afbeeldingen en video’s kan genereren.

Waar OpenAI vaak zonder toestemming andermans data verwerkt, wil Google het netjes aanpakken. De AI van Google kan hierdoor moreel beter verantwoord worden, maar het blijft zo wel een inhaalrace voor het bedrijf. Dat was tijdens de Google-conferentie ook merkbaar: in de week dat Google zijn plannen voor een AI aankondigde die live camerabeelden interpreteert, zei OpenAI nu al een vergelijkbare technologie beschikbaar te stellen.

Uiteindelijk werken we allemaal aan de belangrijkste technologie die mensen ooit zullen bouwen, waar wij als bedrijf al jarenlang in investeren

Op de vraag of OpenAI de show had gestolen van Google, reageerde Pichai laconiek: ,,Je moet uitzoomen. Wat er op één specifieke dag gebeurt maakt op termijn niet uit. Uiteindelijk werken we allemaal aan de belangrijkste technologie die mensen ooit zullen bouwen, waar wij als bedrijf al jarenlang in investeren.”

Daarbij benadrukt de bestuurder dat Google in afgelopen jaren miljarden dollars heeft gestoken in de bouw van kunstmatige intelligentie. ,,Al sinds 2016 ontwerpen we speciale AI-processors. Je ziet dat andere bedrijven dit nu beginnen na te doen. We bevinden ons aan het voorfront.”

Daar staat tegenover dat Google in afgelopen 26 jaar is uitgegroeid tot één van de grote techbedrijven in Californië. Het moet zijn aandacht breed verspreiden en ligt ook eerder onder het vergrootglas dan kleinere concurrenten. Toen Google bijvoorbeeld een AI-mogelijkheid aankondigde die zoekresultaten samenvat in zijn zoekmachine, stuitte dat op kritiek van grote uitgevers die vrezen dat mensen hierdoor minder doorklikken naar hun websites. Omdat Google marktleider op de zoekmarkt is, spelen er grote belangen die de ontwikkeling van hun AI kunnen vertragen.

Daar heeft OpenAI geen last van - al heeft deze nieuwkomer weer heel andere zorgen. Dat argeloos verzamelen van data voor hun toepassingen heeft al geleid tot meerdere rechtszaken, waaronder één van de New York Times. Zij vinden dat de AI niet zonder toestemming hun artikelen mocht verwerken.

Wellicht dat OpenAI uiteindelijk in de rechtszaal nog aan stukken wordt getrokken. Dan trekt Google toch nog aan het langste eind.