Je smartphone, smartwatch of wearable gebruikt een zogeheten versnellingsmeter om je dagelijkse bewegingen bij te houden. Beweegt het apparaat, dan wordt het door dit stukje hardware geregistreerd. Een bijbehorend algoritme probeert vervolgens te detecteren of jouw bewegingen lijken op bijvoorbeeld een wandeling, zodat daar je stappen uit afgeleid kunnen worden.
NOTE
Dit artikel verscheen eerder op NU.nl.
Gecombineerd met bijvoorbeeld een hartslagsensor proberen wearables daarmee een beeld van je gezondheid te schetsen: ze laten zien hoeveel calorieën je hebt verbrand, hoeveel stappen je zette en hoe hoog je tijdens een mountainbiketocht bent geklommen.
Niet helemaal te vertrouwen
“Geen enkele polsgedragen stappenteller is 100 procent nauwkeurig”, weet wearable-expert Eric van Ballegoie van techsite Tweakers. “Om nauwkeurig te meten zou je eigenlijk een sensor op je voet moeten gebruiken.” Dat zijn de meest betrouwbare sensoren - geen wonder, want ze zitten op de plek waar ze gegevens van horen te meten.
Heb je de keuze uit een wearable en een smartphone om je stappen te tellen, dan zou Van Ballegoie die eerste adviseren. Metingen vanaf je pols zijn nauwkeuriger dan van je telefoon,“al is het maar omdat vrijwel niemand heel de dag de telefoon in de broekzak heeft zitten.”
Kijk vooral naar trends
In geen enkel geval zou je de exacte hoeveelheid stappen op je scherm voor lief moeten nemen - het kunnen er zomaar een paar honderd meer of minder zijn.
Dat maakt de data niet meteen nutteloos: je wearable geeft een goed idee van trends in je leven. “Als je altijd hetzelfde horloge draagt, kan het goed zijn dat het absolute aantal stappen niet helemaal klopt, maar het geeft wél een goed inzicht in hoe actief je van dag tot dag bent.” Hierdoor weet je bijvoorbeeld of je afgelopen maanden meer of minder bent gaan bewegen - en of het wellicht tijd is om meer te gaan sporten.