Hoewel veel auto’s inmiddels ingebouwde navigatie hebben, zul je bij oudere modellen nog steeds je telefoon in de wagen moeten bevestigen om te navigeren. Traditionele houders plak je op je raam, terwijl nieuwere exemplaren het toestel aan je ventilatierooster bevestigen.

NOTE

Dit artikel verscheen eerder op NU.nl.

Volgens ANWB-woordvoerder Sanne Over moet je bij het kiezen van een goede plek vooral met twee dingen rekening houden. Ten eerste: zorg ervoor dat de telefoon je zicht niet belemmert. “Plak hem niet in het midden van de ruit waar je het wegdek hoort te zien, want dat is onveilig.”

Niet je hoofd draaien

Gebruik je een zuignap, zorg er dan dus voor dat hij niet in je gebruikelijke blikveld hangt. “Maar zorg er wel voor dat je hem kan zien zonder je hoofd te draaien”, zegt Over. Hij moet dus in een hoek van je blikveld hangen.

Een telefoonhouder aan je ventilatierooster kan daarom bij veel auto’s een goede optie zijn. Je toestel hangt dan niet voor je raam en is tijdens het rijden goed te zien. Hij moet dan wel aan een van de roosters hangen in het midden van de auto. Hang je hem naast de autodeur, dan moet je met het hoofd draaien om naar de telefoon te kijken.

‘Kijk uit met de oplaadkabel’

“We zien soms ook dat de oplaadkabel van de telefoon om de versnellingspook zit gewikkeld, waardoor hij in de weg kan zitten zodra je moet schakelen. Een te lange kabel is daarom niet aan te raden”, zegt Over.

Er zijn telefoonhouders waarin de oplaadkabel geïntegreerd zit, waardoor je toestel bijvoorbeeld draadloos oplaadt zodra je hem bevestigt. Deze opladers hebben een eigen snoer dat je niet steeds los en vast hoeft te maken zodra je een telefoon verbindt.

Deze laders zijn ideaal volgens de ANWB-woordvoerder. De kabel kun je met beleid wegwerken als je de houder in de auto hebt bevestigd, zodat je zeker weet dat hij niet in de knoop komt met je pook.