Nederlandse gamemakers waarschuwen dat talent naar het buitenland vertrekt en andere landen geld verdienen aan onze computerspellen, omdat de overheid te weinig doet om hun industrie te ondersteunen. Ze pleiten voor nieuwe subsidies en makkelijke toegang tot fiscale voordelen. Alleen zo kunnen arbeidskrachten en game-opbrengsten voor ons land behouden blijven.
NOTE
Dit artikel verscheen eerder op AD.
De Nederlandse gamesector is afgelopen jaren heel groot geworden. Uit cijfers blijkt dat Nederlandse producenten van computerspellen in 2021 een omzet hadden tussen de 420 en 440 miljoen euro, een stijging van 18 procent vergeleken met een jaar eerder. Omdat mensen veel thuis zaten en meer games speelden tijdens de coronapandemie, groeiden de cijfers bij spellenmakers explosief.
Nederland huisvest ook één van de grootste gamestudio’s ter wereld: het Amsterdamse Guerrilla Games heeft honderden mensen in dienst en produceerde met Horizon Forbidden West een game met een budget van 212 miljoen euro. Het spel is al 8,4 miljoen keer verkocht.
Het maakt de game-industrie groter dan bijvoorbeeld de Nederlandse filmsector, die in datzelfde jaar 151,6 miljoen euro in het laatje bracht. Ook de muziekwereld is kleiner, met een omzet van 254,3 miljoen euro. Toch krijgen de gamebedrijven weinig steun vanuit de overheid om te groeien, klinkt het bij een rondvraag. Daardoor vertrekt talent naar het buitenland.
Duitsland heeft bijvoorbeeld een fonds van 70 miljoen euro. In Nederland bestaan alleen een paar kleine regelingen
Alleen paar kleine regelingen
,,Als je Nederland vergelijkt met landen om ons heen, dan lopen we heel erg achter”, vertelt Martine Spaans, manager van de branchevereniging Dutch Game Association. ,,Duitsland heeft bijvoorbeeld een fonds van 70 miljoen euro. In Nederland bestaan alleen een paar kleine regelingen.”
Dat ondervindt ook de Nederlandse gamemaker Koen Deetman. Hij startte met zijn broer het bedrijf KeokeN. ,,Ons bedrijf is nu tien jaar oud. We proberen onze eigen gamereeksen te ontwikkelen, waarbij Guerrilla ons grote voorbeeld is. Maar dat is best lastig. We kregen een subsidiebedrag van 15.000 euro, waar we in feite een paar maanden ons kantoor van hebben gehuurd. Daarna waren we jaren afhankelijk van ons eigen spaargeld. Uiteindelijk betaalden we eerst personeel voordat we zelf ooit salaris kregen. Dat was echt nodig.”
Volgens Spaans heeft dat niet te maken met onwil, maar met hoe op dit moment naar games wordt gekeken bij ministeries. ,,Als je kijkt naar bijvoorbeeld de innovatiebox-regeling (een fiscaal voordeel bij de vennootschapsbelasting voor winsten uit vernieuwende activiteiten, red.), dan zie je dat die nog niet goed aansluit op wat deze bedrijven doen.” Dat terwijl games juist perfect op de regeling zouden aansluiten, meent zij: ze bevinden zich op het snijvlak tussen kunst en innovatie.
Deze mismatch levert veel cynisme op in de sector, constateert de branchevereniging. Gamemakers moeten snoeihard hun best doen om hun werk onder de gunstige regeling te laten vallen. Spaans: ,,Dan merk je dat er bijna een soort tegenbeweging ontstaat. Dat ze ‘het maar niet doen’ omdat het zo moeilijk is.”
Lees verder onder de foto

Horizon Forbidden West, internationaal zeer succesvol, wordt gemaakt door een Amsterdams bedrijf. © Guerrilla Games
Bedrijf overeind houden
De subsidies zijn bedoeld om een nieuw project van de grond te krijgen, terwijl gamemakers juist hulp willen bij het overeind houden van een lopend bedrijf. Deetman: ,,Momenteel werken we met een kernteam van vijftien man, met daar bovenop nog eens vijftien mensen die je meestal kwijtraakt als het project af is. Die manier van werken is helemaal niet prettig. Als een subsidie dit kan opvangen, hoeven we niet op een superhit te hopen om mensen vast te kunnen houden.”
Dat merkt ook Emily Jacometti, bestuursvoorzitter van het applied gaming-bedrijf Flavour. Applied games zijn educatieve spellen, die gemaakt zijn om bijvoorbeeld studenten of werknemers te trainen. De applied game HackShield leert kinderen hoe ze moeten omgaan met cybercriminaliteit.
,,Subsidies zijn altijd projectmatig”, onderstreept Jacometti. ,,Maar een applied game moet vaak langdurig worden ondersteund. Met HackShield hebben we bijvoorbeeld een succesvolle game waarbij de overheid zelf een rol speelt, maar daar zijn helemaal geen subsidies voor.”
Brain drain
Een gebrek aan subsidies kan zorgen voor een zogeheten brain drain, waarschuwt Spaans. Daarbij vertrekt talent naar andere, gunstiger gepositioneerde landen. ,,We hebben in Nederland ontzettend goede opleidingen, die in Breda staat op nummer drie op de wereldwijde ranglijst. Maar we concurreren met landen om ons heen, die wegens hun gamefondsen een grotere groeisprint doormaken.”
Ook bij het inhuren van nieuw talent concurreren we met de landen om ons heen, concludeert ze. ,,Als Guerrilla een zeer gespecialiseerde sound engineer nodig heeft waarvan er wereldwijd maar vijf bestaan, dan moeten ze zijn verblijfsvergunning regelen. Maar de regelingen daarvoor sluiten slecht aan op wat de game-industrie nodig heeft.”
Deetman zit ondanks alles nog met zijn bedrijf in Nederland. ,,Ik weet niet of ik zomaar zou vertrekken, maar we werken wel vooral met buitenlandse bedrijven die via ons geld verdienen. Zulke bedrijven worden nu weggehouden uit ons land.”
Lobby voor subsidie
De Dutch Game Association is momenteel aan het lobbyen om Nederland aantrekkelijker te maken voor gamebedrijven. Er zijn gesprekken gaande met het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) over innovatie, terwijl met Economische Zaken wordt gesproken over de bedrijfsmatige kant. ,,Gisteren hadden we een samenkomst van topambtenaren uit beide ministeries”, vertelt Spaans. ,,Zodat ze ook eens met elkaar spraken.”
Tijdens de Dutch Game Day in oktober was voor het eerst de staatssecretaris van OCW aanwezig, kort daarvoor bezocht koningin Máxima de Amsterdamse studio van Guerrilla. Daarmee zijn voor het eerst signalen dat vanuit de overheid steeds serieuzer naar de gamesector wordt gekeken.
Deetman heeft het idee dat er nu meer wordt geluisterd naar gamebedrijven. ,,Ik durf nog niet te zeggen dat het goed gaat komen”, beklemtoont Spaans. ,,Want te vroeg optimisme is nooit goed. Maar ik ben blij met de positieve beweging die we nu zien.”