Hoewel Pokémon de afgelopen twee decennia een gigantische mediafranchise is geworden, veranderden de games ieder jaar bijna niet. Daar lijkt met de nieuwste spellen later dit jaar eindelijk verandering in te komen.
NOTE
Dit artikel verscheen eerder op AD.
Wie nu Pokémon Sword of Shield op de Nintendo Switch speelt, krijgt een game voor de kiezen die erg op het originele Red en Blue op de Game Boy lijken. Je loopt nog steeds van stadje naar stadje, vangt monsters, vecht tegen Pokémon-trainers en wordt op het einde de nieuwe grote kampioen.
De games veranderden wel op kleine fronten, door bijvoorbeeld extra types en spelmechanieken toe te voegen. Daarnaast werden ze ieder jaar ook weer iets mooier. Maar de absolute kern van het spel bleef hetzelfde: het verkennen van de wereld, vangen van monsters en vechten tegen trainers is in de afgelopen twintig jaar onveranderd gebleven.
In spin-offs experimenteerde ontwikkelaar Game Freak wel al, en nu durft de spellenmaker eindelijk iets compleet anders te doen in Pokémon Scarlet en Violet, twee games die in november verschijnen. Wij konden de spellen alvast uitproberen op kantoor bij The Pokémon Company in Londen, waar we circa twee uur lang mochten spelen.
Een open wereld
Waar je in eerdere Pokémon-spellen altijd lineair van punt A naar punt B moest gaan, zijn de nieuwe games veel vrijer. Je krijgt een grote, open wereld voorgeschoteld waarin je iedere kant op kunt gaan, en waar je drie verschillende verhaallijnen kunt volgen. Bij één ga je traditioneel van stad naar stad om kampioen te worden, bij de tweede vecht je tegen mythische monsters en bij de derde moet je een groep pestkoppen verslaan.
Daarbij leidt de game je wel een beetje een bepaalde kant op. Sommige tegenstanders en monsters zijn van een veel hoger level, wat betekent dat je pas hun kant op kunt gaan zodra je sterk genoeg bent. Het betekent ook dat er nog wel een beetje een pad voor je wordt gebaand, maar je kunt makkelijker een andere kant op om bijvoorbeeld dat ene bijzondere monster te vangen.
Daardoor voelt de gamewereld veel vrijer: je moet nadenken over welk pad je wil bewandelen. Het is meer een zandbak, waar vorige games een lineaire achtbaanrit waren. Monsters lopen vrij in de wereld alsof het dieren zijn in bijvoorbeeld kuddes. Het zorgt dat de game levend aanvoelt, en minder als een ouderwetse game zoals bij eerdere titels.
Alles is sneller
Gevechten zijn net als in oude Pokémon-games beurtelings, maar er is ontzettend veel gedaan om ze sneller te laten voelen. Er wordt minder tekst tijdens die gevechten getoond, terwijl aanvallen ook worden getoond nog voordat de volledige beschrijving in beeld staat.
Dat zie je ook terug in de wereld die je verkent. Vind je nu bijvoorbeeld een voorwerp, dan kun je meteen blijven doorlopen. Evoluties kun je uitzetten, zodat je monsters op een later gekozen moment zelf kunt transformeren. Op die manier zijn er tal van kleine veranderingen die het normaal zo langzame Pokémon ineens snel en vloeiend maken. Je kunt zelfs alle tussenfilmpjes uitzetten, zodat je bij een tweede doorspeelsessie sneller het einde kunt bereiken.
Samen te verkennen
Ook leuk: de nieuwe Pokémon-games zijn volledig te spelen met drie andere vrienden. Je wordt dan samen in dezelfde wereld gedropt, waar je vervolgens allemaal dezelfde kant op kunt gaan.
Sommige dingen kun je coöperatief doen, zoals een minigame waarbij je broodjes maakt die extra bonussen geven aan je monsters. Samen tegen anderen vechten zit er echter niet in: je kunt alleen toekijken hoe een ander tegen iemand strijdt. Daardoor voelt het niet écht alsof je met vrienden op avontuur gaat: je aanschouwt vooral wat de ander doet.
Technisch nog wankel
Hoewel de nieuwe Pokémon-games bomvol nieuwigheden en verfijningen zitten, is er één grote keerzijde: de versie die wij te spelen kregen, zat technisch nogal wankel in elkaar. Personages die in de verte lopen leken soms met tien frames per seconde te bewegen, waardoor het een soort stop-motion-figuren werden. En ook objecten in de verte, zoals molens, haperden om de haverklap en moesten we lang wachten bij sommige laadschermen.
Dat terwijl het niet een gigantisch zware game hoort te zijn. Visueel oogt het spel iets minder mooi dan The Legend of Zelda: Breath of the Wild op de Nintendo Switch, een game die vijf jaar geleden vloeiend op dezelfde console draaide.
Het zou kunnen dat het eindproduct steviger in zijn schoenen staat; de game die wij speelden was duidelijk onaf, met sommige monsters die nog een Japanse naam droegen. Als onze probeerversie bijvoorbeeld drie maanden oud is, geeft dat de makers in totaal vier maanden om alle mankementen op te lossen. Maar als het eindproduct net zo stabiel is als deze probeerversie, dan hangt het wat met touwtjes bij elkaar.
Voorlopige conclusie
Onspeelbaar was de game ondanks de technische mankementen gelukkig nooit. Het oogde niet fraai, maar de kern van het spel zit ontzettend leuk in elkaar. Het is een Pokémon-game die draait om verkennen en avontuur - twee thema’s die wat verloren waren gegaan bij de vorige paar games.
Als de makers hierop voort weten te bouwen en een vergelijkbaar, technisch solide spel kunnen bouwen, dan gaat Pokémon een mooie tijd tegemoet. Laten we het hopen als we volgende maand de definitieve game spelen, die op 18 november verschijnt voor Nintendo Switch.
Bekijk hieronder onze video’s op techgebied: